Verhaal de Heer Welp

 

 

Gesprek met de Heer Piet Welp

Geboren en getogen in Heemskerk op 2 september 1927.

Zijn vader was Piet Welp, zijn moeder was een dochter van de familie Benning.

Vader was kweker, hij verbouwde groenten en kweekte bloemen.

Het gezin woonde op de Voorweg nummer 32. Er waren 7 kinderen, 5 jongens en 2 meisjes. Piet was een na de jongste zoon.

Piet zat op de Jozef school, alle dagen om 7.15 uur de deur uit, lopend naar school, op de klompen, nuchter, zonder eten of drinken, want er moest eerst om 8 uur in de kerk de mis bijgewoond worden. Moeder Welp was al eerder op, om de kachel op te stoken, zodat de kinderen niet ijskoud de deur uitgingen.

In de keuken op de Voorweg werd ook regelmatig geslacht, Henk de Vern, slager uit Beverwijk en Jaap de Wildt, zijn bijnaam was: “Grote Kak” slachtten dan varkens. Zij kwamen lopend uit Beverwijk, het varken kreeg in de keuken met een hamer een tik op zijn kop en een mes in zijn keel. Het bloed werd opgevangen, daar werd later bloedworst van gemaakt!

Piet was 13 jaar toen de oorlog uitbrak. 18 jaar toen de oorlog voorbij was.

Op gegeven moment werden er bunkers gebouwd om kunstschatten voor oorlogsgevaar te behoeden. De bunkers werden o.a. in het Heemskerker duingebied gebouwd, in de bocht richting Kruisberg.

Piet was toen 15 jaar, dus in 1942. De bunkers waren nog leeg, op een dag kwam er een grote container met boeken. Er was nog geen weg, alles was nog zand. Aan de vader van Piet werd gevraagd of hij een zoon had die met paarden kon rijden, dat kon Piet! Hij reed met paard en wagen met een dissel, omdat het makkelijker wendbaar was.

De boeken kwamen uit een museum in Amsterdam. Het waren heel oude boeken, nog met de veer geschreven, sommige boeken waren gedeeltelijk verbrand. De ambtenaren die erbij waren moesten de boeken uit de container op de kar sjouwen en van de kar de bunker in. Dat zware werk waren ze niet gewend, dat rulle zand en die zware boeken, het was wat! Toen de bunker vol was, werd er zand op gegooid en werden er bomen op geplant.

“Tijdens het vullen van de bunker vlogen er vliegtuigen vanuit Duitsland naar Engeland, ze schoten met afweergeschut, de scherven vlogen in het rond, Gerrit Zonneveld, die er bij was, kreeg een scherf in zijn oog, droeg daarna een lappie voor zijn oog en dankte daaraan zijn bijnaam  “Lappie” en werd door vele zo genoemd! Piet hield zich schuil onder de wagen.

Er was nog een tweede bunker waar schilderijen o.a. de Nachtwacht, werden opgeborgen. De schilderijen hebben, volgens Piet, nog een nacht bij Beentjes en de Bruijn opgeslagen gestaan, maar met de schilderijen heeft Piet niets mee te maken gehad!

Toen hij 19 jaar was moest hij in dienst, 8 maanden in Amersfoort, toen Piet 20 jaar was ging hij naar Indonesië. Daar heeft hij 2.5 jaar gediend op Zuid Sumatra en 2 jaar en 6 maanden op Java.

Piet is nooit bang geweest in de oorlogstijd. Ook in Indonesië niet. Hij liep altijd voorop, eerst liepen er twee Indische verkenners, dan kwam Piet, daarachter liepen op enkele meters afstand de militairen. Zij liepen met een man of 10, de redenering van Piet was, zij hebben meer kans om dood geschoten te worden dan ik, omdat ik vlak achter de verkenners liep.

 

Piet is zoals hij zelf zegt een echte Duinkat! Tijdens de oorlog moest het gezin Welp hun huis uit. Zij konden bij Ome Gerrit Tuin aan de Rijksstraatweg terecht, de vrouw daar was een zus van de moeder van Piet. Het huis aan de Voorweg had een achterdeur met twee sleutels, die door de Duitsers ingenomen werd. Moeder zei dat zij maar een sleutel had en hield er zelf nog een achter! Om 5 uur was er voor de Duitsers reveille, bij de boerderij van Piet Bakkum, dan ging broer Freek ( de brutaalste van ons) met de kruiwagen naar het huis op de Voorweg en haalde daar blikken en etenswaren uit de kelder. Wij hebben nooit honger gehad. Later kreeg de familie een huis aan de Oosterstreng.

Ongeveer in 1950 is Piet in zijn werkzame leven, een tijdje paardenknecht en koeien melker geweest bij Brandjes in de polder. Daarna werkte hij ook nog een tijdje bij Hoogovens.

Eerst wilde hij ook in het duin een huis bouwen, maar toen dat was moeizaam ging en hij intussen 36 jaar was, was hij naar de heer Wentink gegaan, na dat gesprek kon hij een huis kopen in de van der Ploegstraat. Daar woont Piet Welp al 56 jaren.

Piet Welp ging trouwen met Tiny Brakenhoff, zij kregen 3 zonen. Tiny en Piet leerden elkaar kennen bij café Dam. Tiny is 4 jaar geleden overleden.

Na de Hoogoven tijd werd Piet kweker, die hij samen had met zijn broer Siem, in het begin teelde zij groenten, later broeide zij Tulpen, en Leliebloemen en Nerinebloemen. Tot op de dag van vandaag zit hij nog dagelijks op zijn volkstuin, hij heeft nu nog tomaten, komkommers, paprika’s in de kas, en op de koude grond zomerwortelen, radijs en andijvie. Deze groenten zijn niet voor de verkoop, Piet eet ze zelf natuurlijk, maar geeft het meeste weg, omdat Piet nog auto mag rijden, is dat een leuke bezigheid, komt onder de mensen, heeft daardoor sociale contacten, maakt regelmatig een praatje!

Piet moet nu het huishouden alleen doen en dat lukt hem goed, hij vertelt dat hij moest leren koken, wassen en strijken, maar zijn leuze is: “je moet alles proberen, dan lukt het uiteindelijk wel”.