Verhaal Mevrouw Moerel

 

 

Gesprek met Mevrouw Moerel

 

Zij is geboren op 28 februari 1933 in Wognum. Had nog een zus en een broer. In het begin van de oorlog heeft mevrouw niet zoveel van de oorlog gemerkt.

Na de bombardementen in Rotterdam, kwamen kinderen uit Rotterdam naar West Friesland. Zo ook bij de familie van mevrouw Moerel.

Er kwam een meisje ook in 1933 geboren,  bij de familie in huis, het meisje kwam uit een van de arme gezinnen,  zij heeft in de herinnering van mevrouw Moerel  6 weken gehuild van heimwee. Tot op de dag van vandaag hebben zij nog  goed contact met elkaar. Na de logeerpartij kreeg de familie verjaardag- en kerstkaarten.

Het laatste jaar van de oorlog in 1944 was er ook in Wognum bezetting door de Duitsers. Aan de overkant van de straat woonde een familie met 3 zonen, de jongens sliepen ’s nachts bij de familie van mevrouw Moerel, daar was het veiliger.

De Duitsers waren steeds op zoek naar de Engelsen. Die vlogen met hun Tommies over Nederland.

Als de vliegtuigen over kwamen, moest het gezin naar beneden aankleden en wachten tot het voorbij was. Er stond ook altijd een koffertje klaar waarin spullen zaten voor als er gevlucht moest worden. Het geluid kan mevrouw Moerel zich tot op de dag van vandaag nog herinneren.

De mannen van het dorp werden opgepakt, ook haar vader, die bezig was met spuiten van het fruit in de tuin. Hij  werd in 1944 opgepakt en meegenomen naar de Zomerdijk.

Tot hun grote blijdschap werd hij teruggestuurd, waarschijnlijk omdat hij te oud was, maar er werden drie dorpsgenoten midden in het dorp gefusilleerd.

Constant waren er huiszoekingen. Mevrouw Moerel had een schrift als dagboekje waarin zij schreef,  hoe angstig zij was voor de Duitse soldaten. Bij een huiszoeking was zij altijd bang dat het schriftje gevonden zou worden. Daarin stond het woord “mof”. Daarom wilde zij niet, dat de Duitsers haar dagboekje vonden!

Door de ondergrondse werden Oranje blaadjes gemaakt, ook mevrouw Moerel heeft deze blaadjes rondgebracht, er werd gedacht “ zo’n meisje is wel onschuldig!”

In het dorp bij het café was een gaarkeuken waar op vrijdag  “Bietenstamp” werd uitgedeeld tegen inlevering van bonnen natuurlijk. De stampot was niet lekker. Op zondag werd er in de gaarkeuken puddingpap gemaakt.

Het gezin heeft niet echt honger gehad er waren familieleden die een boerderij hadden en dus voedsel.

De Duitsers konden de Engelsen niet vinden en zochten in alle boerderijen in de omgeving.

Bij een naburige boerderij had men een papier op de deur geplakt en met grote letters DIFTERIE erop geschreven. Daar kwamen de Duitsers niet binnen uit angst voor besmetting, er was helemaal geen Difterie! Maar er werden uit wraak wel twee andere boerderijen in brand gestoken. 

Toen mevrouw Moerel haar eerste communie ging doen had zij een jurkje aan dat gemaakt was van parachute stof. Heel bijzonder, maar toch een blauwe feestjurk!

Er heeft ook nog een priesterstudent uit Amsterdam, hij kwam in februari 1945,  bij de familie ondergedoken gezeten. Ook daarmee is het contact tot aan zijn overlijden gebleven.

In Wognum waren er in de herinnering van mevrouw Moerel drie mannen gesneuveld. Ook een neef van de familie is gefusilleerd. Hij werd uit zijn huis gehaald, moest handen omhoog doen, deed dat niet goed en… PANG !!

De buurman had een varken dat geslacht moest worden, dat gebeurde in de keuken bij de familie van mevrouw. Zij kan zich nog goed het gillen van het varken herinneren.

Op de Bevrijdingsdag was het groot feest in het dorp, er kwamen weer vlaggen tevoorschijn en er werd gezongen en gedanst.

In de oorlog ging mevrouw Moerel wel naar de lagere school. Na de oorlog ging zij naar de MULO en heeft na vervolgopleidingen, 7 jaar als lerares met haar behaalde  N 19 akte gewerkt. Haar vader had haar steeds gestimuleerd om door te leren.