Verhaal Mevrouw Hunsche

 

Gesprek met Mevrouw Hunsche

Mevrouw is 3 januari 1928 geboren.

Haar gezin bestond uit Vader, Moeder, een tweelingbroer en een oudere zus. Het gezin Kok woonde in Zwolle maar doordat vader een nieuwe baan kreeg als onder-directeur van een confectiebedrijf, moest de familie verhuizen naar Amsterdam.

Het atelier maakte gordijnen, vitrage en Zwitsers kant.

Mevrouw Hunsche was toen 10 jaar. Zij werd vreselijk geplaagd met haar Zwols taalgebruik, toch heel anders dan Amsterdams. Zij gingen wonen op de Westermarkt tegenover de Westertoren.

Het gezin was liefdevol en hecht.

Toen de oorlog uitbrak ging de vader bij de ondergrondse. Moeder en de kinderen wisten dat niet en hebben het de hele oorlogstijd niet geweten.

 Mevrouw Hunsche droeg als meisje een z.g. kippenringetje, zij had dat van haar vader gekregen. Het was een benen ringetje: Rood Wit Blauw. Er kwam een man uit de buurt aan de deur, zag het ringetje en rukte het van haar vinger, de vinger was gewond en geschaafd na dit gebeuren. Het bleek een NSB-er te zijn.

Vader Kok ging met een vriend  in 1944 naar Zwolle, daar hadden familieleden eten verzameld, Op de terugweg naar Amsterdam, op de IJsselbrug, werden zij aangehouden door de Duitsers en al het voedsel werd afgenomen. Vader kwam uitgeput terug in Amsterdam.

In 1944 werd vader opgepakt, zijn atelier maakte Oranje BS banden, dat werd door de Duitsers uiteraard afgekeurd. Vader en zijn collega werden opgepakt en op transport naar Amersfoort gezet. Daar gebeurde een klein wonder. De soldaat bij het transport,  bleek ook bij de BS  te zijn en bracht de mannen terug naar Amsterdam.

Later bleek dat zij ondergedoken hadden gezeten op de Rozengracht, boven Jamin, 10 minuten van het huis op de Westergracht.

Er kwamen Duitse  soldaten huiszoekingen doen. Dan vroegen zij aan de kinderen, “Wo ist den dein Pappie? “ Er werd zelfs in een sinaasappelkistje gekeken waar een gordijntje voor hing en als kastje diende! Maar zij wisten gelukkig van niets. Haar broers gingen bij de huiszoeking razend snel naar de bovenverdieping en liepen dan over een wankele plank, naar het huis van de buren.

Op een dag kwam er een man bij moeder, hij zei “alles is oké”, dat was alles, maar toch een enorme opluchting voor  ons gezin. Het gezin had weinig of geen eten.

Mevrouw Hunsche:  “Honger duurt 3 dagen. Je krijgt kramp in je maag en buik, maar als je dan water dronk, dan ging het wel weer.“

Moeder lag met haar hoofd op tafel en huilde, “ik heb niks voor jullie te eten!” Niemand kon in deze barre tijd naar school.

In hun huis was een kleine kamer die altijd op slot was. Daar stond een kleine radio en dus kon vader daar de Engelse zender beluisteren. Hij kreeg via de BS de opdracht een stengun te smokkelen, die in Halfweg verborgen lag. Ook dat heeft hij gedaan.

De kracht om de oorlogstijd door  te komen werd gesterkt door het geloof, de familie was Katholiek en ondervonden daar veel steun aan.

De bevrijding werd op de Dam uitbundig gevierd. Mevrouw Hunsche ging met 4 vriendinnen op de Dam kijken en feesten. Zij was intussen 17 jaar oud. Er werden door de Canadezen sigaretten uitgedeeld, die gaven de meisjes aan haar vader. Het hele gezin vierde feest, er mocht zelfs een wijntje gedronken worden en een sigaretje gerookt.

Het verdere levensverhaal van mevrouw Hunsche is heel bijzonder, zij ging na de  Pius MULO doorleren, studeerde Engels, Frans en Duits. Bovendien typen en steno. Een opleiding waarna zij een prachtige baan als secretaresse bij  kreeg bij Drukkerij Bunders in Amsterdam.

Haar vader kon na de oorlog niet door Duitsland rijden als zij op vakantie gingen, liever kilometers omrijden dan door het,  door hem gehate land.

Mevrouw Hunsche leerde haar man kennen doordat  hij bij de padvinderij zat en zij bij de gidsen. Uiteindelijk zijn zij naar Heemskerk gekomen, omdat haar echtgenoot een mooie baan kreeg bij de Hoogovens.